maandag 10 november 2008
Religieus geweld in Israël: het is lang niet het exclusieve terrein van joden en moslims. Gisteren kwam het in de Heilig Grafkerk in Jeruzalem immers tot een grootschalige knokpartij tussen Armeense en Grieks-orthodoxe monniken. De aanleiding van de ruzie is vooralsnog onduidelijk: de Grieken geven de Armeniërs de schuld en vice versa.
Niets nieuws onder de zon voor wie zijn geschiedenis een beetje kent. De Grafkerk is al zowat een half millennium de inzet van een bitse strijd tussen verschillende christelijke geloofsgemeenschappen. Allemaal claimen ze de laatste rustplaats van de Zoon des Heren en beschouwen ze de anderen als onbeschaamde indringers, met alle conflicten van dien.
Vechtpartijen tussen monniken zijn schering en inslag in de Heilig Grafkerk
(bron: BBC News)
In 1767 begon dat voortdurende gekibbel de Ottomaanse sultan Mustafa III zodanig op de zenuwen te werken, dat hij een firman (wet) uitvaardigde, die de kerk onder de verschillende facties verdeelde. Halfweg de negentiende eeuw werd die regeling bevestigd: de status quo was geboren.(bron: BBC News)
Misverstand
Sindsdien beschikken de zes religies (de Griekse, Roomse, Armeense, Syrische, Ethiopische en Koptische Kerk) elk over hun eigen altaren en kapellen, een territorium dat ze nauwgezet bewaken. Want al staat de overeenkomst netjes op papier, onderhuids broeit de spanning nog steeds, en het pietluttigste misverstand is goed voor een fikse rel.
Zelfs over een onnozele ladder raken ze het niet eens.
Het gevecht van gisteren zou begonnen zijn omdat de Grieken - volgens de Armeniërs - aan de vooravond van een belangrijk feest een monnik hadden geposteerd in het Ediculum (het 'huisje' waarin zich het Heilig Graf bevindt), op Armeens terrein dus. De Grieken kloegen dan weer dat de Armeniërs hun rechten niet eerbiedigden.
Spirituele vechtjassen
Maar het kan nog absurder. Zo kwam het in 2004 tot een gevecht in regel omdat de franciscanen de deur van een kapel hadden laten openstaan, terwijl ernaast een orthodoxe plechtigheid aan de gang was. De Grieken zagen dit als een vorm van gebiedsuitbreiding en hop: het spel zat op de wagen.
In 2002 kregen de Kopten en Ethiopiërs het op een hete zomerdag met elkaar aan de stok. De monnik die vanop het dak de grens van het Koptische deel bewaakt, had zijn stoel in de schaduw gezet - op Ethiopisch terrein natuurlijk. Ethiopiërs kwaad, en de Israëlische politie mocht tussenbeide komen om de spirituele vechtjassen te scheiden.
Omdat het assortiment christenen elkaar voortdurend zit te beloeren, hebben ze jammer genoeg geen oog voor dringende zaken als de restauratie van de kerk. Bepaalde delen zijn gemeenschappelijk terrein, inclusief een ladder die iemand in de 19de eeuw had laten staan. Dat betekent dat eventuele aanpassingen pas mogen gebeuren als alle religies zich akkoord verklaard hebben.
U voelt 'm al aankomen: die onderhandelingen schieten niet op, want altijd is er wel iemand die vreest dat de werken zijn territorium zouden kunnen aantasten. Zelfs over een onnozele ladder raken ze het niet eens. Nochtans kan het eeuwenoude bouwwerk een opknapbeurt best gebruiken. Als ze niet snel optreden, maken de christenen binnenkort ruzie over een ruïne.
Labels: christendom, Heilig Grafkerk, Jeruzalem, status quo
dinsdag 4 november 2008
Al enkele jaren is de kusttram voor mij een schier onuitputtelijke bron van onversneden ergernis. Om van het station in Oostende naar mijn zo geliefde Nieuwpoort te raken, zit er voor mij niets anders op dan te sporen langs badsteden als Middelkerke, Westende en Lombardsijde. Een reis van zo maar even drie kwartier.
Vanwaar die diepgewortelde aversie, vraagt u zich misschien af. “De kusttram, de lijn met de leukste bestemming!” Klinkt toch leuk? Niets is minder waar. Op de kusttram treft men namelijk vogels van diverse pluimage aan. Een willekeurige greep uit het aanbod: schreeuwerige horden kinderen die op hun bovenlip zand en snot mengen tot een slijmerig snorretje, corpulente dames met overdadig veel valsgouden sieraden die in gebroken Frans overleggen waar ze hun volgende crêpe of gauffre gaan eten, oude mannen die kauwend op pruimtabak emmeren over mijn krant waarmee ik hen “godverdomme bijna een oog uitsteek”, alcoholici met natgeregende honden die zich eerst droogschudden in je gezicht en vervolgens je broek onderkwijlen, krijsende baby’s, pubers die in al hun onbegrepen woede sigaretten opsteken en de nieuwste jumpschijven door hun gsm laten knallen. Zo kan ik nog even doorgaan. Ik hou immers zorgvuldig een lijst met grieven bij. En ik heb nog niet eens deze klassieker bovengehaald: “zoude gij niet eens rechtstaan voor d’ouwe mensen? ’t Is toch een schandaal.”
Ontelbare keren heb ik al gedacht: “hier schrijf ik nog eens een boek over”. Nu deze blog in het leven is geroepen, grijp ik mijn kans. Het is een begin. Op mijn galspuwende roman De Kusttram is het Zaad van Satan blijft het helaas nog even wachten. Laat mij dan nu ter zake komen.
In mijn gedachten klonk het cynisch: “kijk eens aan, de toekomst is verzekerd.”
De afgelopen herfstvakantie gebeurde er iets bijzonders op het vehikel van de haat –excuus- de kusttram. Ergens halverwege Raversijde stapte een Vlaamse scoutsgroep op. Ik schatte hun leeftijd ergens tussen 10 en 12. Ze droegen blauwe hemdjes met op de schouder een vervaarlijk klauwende leeuw. De jongens gingen aan de rechterkant van de tram zitten en hieven een luid “ik heb een potteke vet” aan. Leuk. Enkele haltes verder stapte zowaar nog een scoutsgroep op. Het bleek deze keer te gaan om een verzameling Waalse kinderen. Hun uniform bestond uit beige hemdjes en blauwe sjaaltjes. Het gezang van de Vlaamse leeuwtjes verstomde meteen, terwijl ze argwanend toekeken hoe de Waaltjes met sjaaltjes gingen zitten aan de linkerkant van de tram.
Stilte voor de storm, zo bleek. Na wat gefluister en gegiechel begonnen de Waalse kinderen enthousiast te zingen: “et les Wallons! Et les Wallons! Et les Wallons sont champions !” Groot jolijt. De Vlaamse padvinders wisten even niet goed wat te doen, maar al snel hadden ze zich herpakt. Even later klonk het dan ook aan de andere zijde: “et les Wallons! Et les Wallons! Et les Wallons sont des champignons!” Een bitsige zangwedstrijd barstte nu los en tussenin wierpen de jongens lustig scheldwoorden naar elkaar. Beide partijen bleken immers te beschikken over een hoogst uitgebreide en kleurrijke woordenschat. In mijn gedachten klonk het cynisch: “kijk eens aan, de toekomst is verzekerd.”
Toen de tram bijna in Nieuwpoort arriveerde stapte een bejaard koppel op. Aan hun gesprek te horen, ging het opnieuw om mensen uit Franstalig België. Ze keken verbaasd naar het strijdtoneel. De man stapte na een poosje af op de kinderen. Ik had bewondering voor de oude knar, die het aandurfde om daar even voor Kofi Annan te gaan spelen. Mijn inschatting van zijn intenties was echter fout. De man ging de Waalse kinderen vervoegen, strekte parmantig zijn knokige middelvinger naar de Vlaamse kinderen en zong lustig mee. De hilariteit aan de Nederlandstalige zijde werd beantwoord met een tweede erecte middelvinger en een krachtig “ta gueule!”
Ik stapte af aan de Jozef Cardijnlaan in Nieuwpoort. Aan mijn lijst met tramgrieven werd toegevoegd: communautaire rel.
Stilte voor de storm, zo bleek. Na wat gefluister en gegiechel begonnen de Waalse kinderen enthousiast te zingen: “et les Wallons! Et les Wallons! Et les Wallons sont champions !” Groot jolijt. De Vlaamse padvinders wisten even niet goed wat te doen, maar al snel hadden ze zich herpakt. Even later klonk het dan ook aan de andere zijde: “et les Wallons! Et les Wallons! Et les Wallons sont des champignons!” Een bitsige zangwedstrijd barstte nu los en tussenin wierpen de jongens lustig scheldwoorden naar elkaar. Beide partijen bleken immers te beschikken over een hoogst uitgebreide en kleurrijke woordenschat. In mijn gedachten klonk het cynisch: “kijk eens aan, de toekomst is verzekerd.”
Toen de tram bijna in Nieuwpoort arriveerde stapte een bejaard koppel op. Aan hun gesprek te horen, ging het opnieuw om mensen uit Franstalig België. Ze keken verbaasd naar het strijdtoneel. De man stapte na een poosje af op de kinderen. Ik had bewondering voor de oude knar, die het aandurfde om daar even voor Kofi Annan te gaan spelen. Mijn inschatting van zijn intenties was echter fout. De man ging de Waalse kinderen vervoegen, strekte parmantig zijn knokige middelvinger naar de Vlaamse kinderen en zong lustig mee. De hilariteit aan de Nederlandstalige zijde werd beantwoord met een tweede erecte middelvinger en een krachtig “ta gueule!”
Ik stapte af aan de Jozef Cardijnlaan in Nieuwpoort. Aan mijn lijst met tramgrieven werd toegevoegd: communautaire rel.
Labels: communautaire rel, kusttram, scouts
dinsdag 28 oktober 2008
Gastronomen, zeker die met een voorkeur voor riviervis, doen er dezer dagen goed aan de actualiteit te volgen, willen ze niet voor verrassingen komen te staan. Je zal maar achteloos een gebakken forelletje bestellen - 'in botersaus graag, ober': voor je het weet zitten Luckas Vander Taelen en de Mossad je achter de veren.
Want de forel is verbrand. Schuldig aan passieve collaboratie als zijnde het lievelingsgerecht van Adolf Hitler. Dat mag je niet zeggen, en je mag het nog veel minder klaarmaken, want op die manier riskeer je de Führer een menselijk gezicht te geven. En Hitler vermenselijken is de eerste stap naar negationisme, althans volgens Michael Freilich van Joods Actueel.
Nu kun je over de nazi's veel beweren, maar dat ze allen behoorden tot de soort Homo sapiens sapiens, is boven alle twijfel verheven. Toch is het uitgerekend dat wat de tegenstanders van de bewuste aflevering van Plat préféré tegen de borst stoot.
Waarom toch? Wie is er zestig jaar na datum mee gebaat om Hitler voor te stellen als een monster dat zich voedt met het bloed van jonge maagden? Is het niet juist veel intrigerender te bedenken dat een man die wel een gebakken visje lust, miljoenen mensen de dood kan injagen?
Vers geschoten partizaan
In de pers regende het de afgelopen dagen alvast emotionele reacties. “Het hongerrantsoen in het Fort van Breendonk bestond uit 3 tassen koffie en 100 gram brood per dag. Dat de topchef tijd besteedt aan het opwaarderen van dat menu”, aldus François De Coster, voorzitter van de vereniging van Belgische politieke gevangenen.
Hugo van Minbruggen, van de website verzet.org, noemt het idee 'geheel smakeloos', en suggereert vervolgens met aanstekelijk enthousiasme wat er dan wel op het menu van Hitler stond: 'doodgeslagen Jood', 'pas geboren zigeunerkind met zweepslagen', 'vers geschoten Partizaan', 'gecastreerde Homoseksueel', 'gecremeerde Jodenkinderen', 'gemartelde Vrijmetselaar', 'bont en blauw geslagen zwarten en Aziaten'.
De VRT kan zich uiteraard geen rel veroorloven, en heeft de bewuste aflevering dan maar vervangen door die van volgende week, iets met risotto en Maria Callas. Ongetwijfeld even lekker, maar het blijft toch flauw van de openbare omroep om enerzijds hun steun aan de programmamakers te betuigen en anderzijds de critici meteen hun zin te geven.
Schokeffect
Wanneer de woorden 'forel op Beierse wijze' en 'Blood & Honour' in dezelfde zin opduiken, dan wordt het mij als historicus werkelijk droef te moede. Wat is er gebeurd met good old relativeringsvermogen? Waar zit het historisch besef als zo'n complex fenomeen als het nazisme wordt gereduceerd tot 1 onwaarschijnlijke boeman met een snorretje? Hebben we daarvoor die eindeloze stroom WOII-documentaires op Canvas uitgezeten?
Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat de keuze van Jeroen Meus perfect verdedigbaar is. 't Is toch slikken als je het rijtje beroemdheden en hun lievelingsgerecht afgaat: Johnny Cash, Freddie Mercury, Roald Dahl. En Adolf Hitler.
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ze er den Dolf louter hebben bijgenomen voor het schokeffect. Misschien zelfs buiten het medeweten van de presentator, want zeg nu zelf: kunt u zich voorstellen dat een man die volschiet bij een bezoek aan Roald Dahls schrijfhut, op het idee komt om het lievelingskostje van zo'n ongeëvenaarde ploert te bereiden?
Hier en daar doen nu geruchten de ronde, als zou forel met blanke botersaus niet het lievelingsgerecht van Hitler zijn geweest. Sensatie! De Blandino's volgen de ontwikkelingen op de voet, en hopen stilletjes dat Meus voor de tweede reeks toch wat minder controversiële onderwerpen kiest. Iemand een suggestie?
Want de forel is verbrand. Schuldig aan passieve collaboratie als zijnde het lievelingsgerecht van Adolf Hitler. Dat mag je niet zeggen, en je mag het nog veel minder klaarmaken, want op die manier riskeer je de Führer een menselijk gezicht te geven. En Hitler vermenselijken is de eerste stap naar negationisme, althans volgens Michael Freilich van Joods Actueel.
Wanneer de woorden 'forel op Beierse wijze' en 'Blood & Honour' in dezelfde zin opduiken, dan wordt het mij droef te moede.
Nu kun je over de nazi's veel beweren, maar dat ze allen behoorden tot de soort Homo sapiens sapiens, is boven alle twijfel verheven. Toch is het uitgerekend dat wat de tegenstanders van de bewuste aflevering van Plat préféré tegen de borst stoot.
Waarom toch? Wie is er zestig jaar na datum mee gebaat om Hitler voor te stellen als een monster dat zich voedt met het bloed van jonge maagden? Is het niet juist veel intrigerender te bedenken dat een man die wel een gebakken visje lust, miljoenen mensen de dood kan injagen?
Vers geschoten partizaan
In de pers regende het de afgelopen dagen alvast emotionele reacties. “Het hongerrantsoen in het Fort van Breendonk bestond uit 3 tassen koffie en 100 gram brood per dag. Dat de topchef tijd besteedt aan het opwaarderen van dat menu”, aldus François De Coster, voorzitter van de vereniging van Belgische politieke gevangenen.
Hugo van Minbruggen, van de website verzet.org, noemt het idee 'geheel smakeloos', en suggereert vervolgens met aanstekelijk enthousiasme wat er dan wel op het menu van Hitler stond: 'doodgeslagen Jood', 'pas geboren zigeunerkind met zweepslagen', 'vers geschoten Partizaan', 'gecastreerde Homoseksueel', 'gecremeerde Jodenkinderen', 'gemartelde Vrijmetselaar', 'bont en blauw geslagen zwarten en Aziaten'.
De VRT kan zich uiteraard geen rel veroorloven, en heeft de bewuste aflevering dan maar vervangen door die van volgende week, iets met risotto en Maria Callas. Ongetwijfeld even lekker, maar het blijft toch flauw van de openbare omroep om enerzijds hun steun aan de programmamakers te betuigen en anderzijds de critici meteen hun zin te geven.
Schokeffect
Wanneer de woorden 'forel op Beierse wijze' en 'Blood & Honour' in dezelfde zin opduiken, dan wordt het mij als historicus werkelijk droef te moede. Wat is er gebeurd met good old relativeringsvermogen? Waar zit het historisch besef als zo'n complex fenomeen als het nazisme wordt gereduceerd tot 1 onwaarschijnlijke boeman met een snorretje? Hebben we daarvoor die eindeloze stroom WOII-documentaires op Canvas uitgezeten?
Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat de keuze van Jeroen Meus perfect verdedigbaar is. 't Is toch slikken als je het rijtje beroemdheden en hun lievelingsgerecht afgaat: Johnny Cash, Freddie Mercury, Roald Dahl. En Adolf Hitler.
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ze er den Dolf louter hebben bijgenomen voor het schokeffect. Misschien zelfs buiten het medeweten van de presentator, want zeg nu zelf: kunt u zich voorstellen dat een man die volschiet bij een bezoek aan Roald Dahls schrijfhut, op het idee komt om het lievelingskostje van zo'n ongeëvenaarde ploert te bereiden?
Hier en daar doen nu geruchten de ronde, als zou forel met blanke botersaus niet het lievelingsgerecht van Hitler zijn geweest. Sensatie! De Blandino's volgen de ontwikkelingen op de voet, en hopen stilletjes dat Meus voor de tweede reeks toch wat minder controversiële onderwerpen kiest. Iemand een suggestie?
Labels: Adolf Hitler, botersaus, forel, Jeroen Meus
maandag 27 oktober 2008
Wat al enkele weken in de lucht hing, is dit weekend eindelijk gebeurd: Dirk Geeraerd is niet langer trainer van KSV Roeselare. Twee punten uit negen wedstrijden en de 0-3 afgang in de derby tegen Zulte-Waregem deden Geeraerd de das om.
Wie me kent, weet dat ik een vurig supporter ben van Roeselare. Ik volg de club op de voet en zou mijn visie kunnen geven op de vraag of Geeraerd al dan niet terecht aan de kant is geschoven. In een poging om het een beetje boeiend te houden voor de niet-voetballiefhebber, kies ik voor een andere invalshoek.
Het ontslag van een voetbalcoach is altijd een hapklare brok voor de media. Een trainerswissel komt zelden uit de lucht gevallen: de crisisperiode die aan het ontslag vooraf gaat, is vanuit journalistiek standpunt uiteraard veel boeiender dan het positieve verhaal over een rustige en stabiele club. De manier waarop de media over die 'crisissfeer' berichten, en hoe ze zelf vaak een actieve rol spelen is bijzonder interessant om volgen.
"Er zit een Jood in het bestuur!"
Laat ons de casus Dirk Geeraerd en Roeselare als voorbeeld nemen. Twee seizoenen geleden, begin februari 2007, staat Roeselare knap zesde in de stand, na drie opeenvolgende overwinningen. Absoluut een mooie en onverwachte prestatie van de ploeg en zijn coach, maar amper een woord hierover in de media.
Want, wat vulde in die periode dan wel de kolommen van de sportbijlagen? Een crisis natuurlijk... Het zat op dat moment behoorlijk scheef bij één van de topclubs. Na de pijnlijke overwinning van Roeselare op het veld van Club Brugge, mochten Emilio Ferrera, Franky van der Elst en Marc Degryse hun bureau in Jan Breydel leeg maken.
Die laatste werd door iedereen openlijk uitgespuwd voor zijn falend transferbeleid. De onverwerkte frustratie dat Degryse ruim 15 jaar eerder de overstap had gemaakt van Club naar Anderlecht kwam op een pijnlijke manier terug naar boven. Ik citeer letterlijk de Club Brugge-aanhang tijdens de match tegen Roeselare: "Er zit een Jood in het bestuur". U merkt het: meer dan genoeg conflictueuze materie om verslag over uit te brengen.
Wie me kent, weet dat ik een vurig supporter ben van Roeselare. Ik volg de club op de voet en zou mijn visie kunnen geven op de vraag of Geeraerd al dan niet terecht aan de kant is geschoven. In een poging om het een beetje boeiend te houden voor de niet-voetballiefhebber, kies ik voor een andere invalshoek.
Het ontslag van een voetbalcoach is altijd een hapklare brok voor de media. Een trainerswissel komt zelden uit de lucht gevallen: de crisisperiode die aan het ontslag vooraf gaat, is vanuit journalistiek standpunt uiteraard veel boeiender dan het positieve verhaal over een rustige en stabiele club. De manier waarop de media over die 'crisissfeer' berichten, en hoe ze zelf vaak een actieve rol spelen is bijzonder interessant om volgen.
"Er zit een Jood in het bestuur!"
Laat ons de casus Dirk Geeraerd en Roeselare als voorbeeld nemen. Twee seizoenen geleden, begin februari 2007, staat Roeselare knap zesde in de stand, na drie opeenvolgende overwinningen. Absoluut een mooie en onverwachte prestatie van de ploeg en zijn coach, maar amper een woord hierover in de media.
Want, wat vulde in die periode dan wel de kolommen van de sportbijlagen? Een crisis natuurlijk... Het zat op dat moment behoorlijk scheef bij één van de topclubs. Na de pijnlijke overwinning van Roeselare op het veld van Club Brugge, mochten Emilio Ferrera, Franky van der Elst en Marc Degryse hun bureau in Jan Breydel leeg maken.
Die laatste werd door iedereen openlijk uitgespuwd voor zijn falend transferbeleid. De onverwerkte frustratie dat Degryse ruim 15 jaar eerder de overstap had gemaakt van Club naar Anderlecht kwam op een pijnlijke manier terug naar boven. Ik citeer letterlijk de Club Brugge-aanhang tijdens de match tegen Roeselare: "Er zit een Jood in het bestuur". U merkt het: meer dan genoeg conflictueuze materie om verslag over uit te brengen.
Ontslag op bestelling
Terug naar de actualiteit nu. Dit seizoen gaat het van kwaad naar erger bij Roeselare. In de meerderheid van de wedstrijden is het niveau van de ploeg ondermaats. En als het elftal dan toch eens behoorlijk voor de dag komt, krijgt het geen loon naar werken. Kortom: het 'crisisspook' dwaalt al een aantal weken rond op Schiervelde. En die malaise, daar besteedt de pers natuurlijk wel heel wat aandacht aan.
Zoals dat altijd gaat, waren de journalisten er als de kippen bij om de vraag te stellen of de positie van Dirk Geeraerd bij Roeselare niet ter discussie staat. Niet dat daar iets verkeerd mee is, want het is uiteraard hun plicht om dat soort kritische vragen op te werpen.
Toch mag de impact van de berichtgeving rond zo'n crisis niet onderschat worden. Eens de media stelt dat de stoel van de coach begint te wankelen, is er geen houden meer aan. Bestuursleden, spelers, supporters , tot zelf de terreinmeester toe, allemaal werden ze gevraagd of Geeraerd al dan niet ontslagen moest worden.
Zoals dat altijd gaat, waren de journalisten er als de kippen bij om de vraag te stellen of de positie van Dirk Geeraerd bij Roeselare niet ter discussie staat. Niet dat daar iets verkeerd mee is, want het is uiteraard hun plicht om dat soort kritische vragen op te werpen.
Toch mag de impact van de berichtgeving rond zo'n crisis niet onderschat worden. Eens de media stelt dat de stoel van de coach begint te wankelen, is er geen houden meer aan. Bestuursleden, spelers, supporters , tot zelf de terreinmeester toe, allemaal werden ze gevraagd of Geeraerd al dan niet ontslagen moest worden.
Na het verlies op Moeskroen twee weekends geleden, kondigde de club een extra bestuursvergadering aan. Op die bewuste vergadering, vorige week maandag, zou er ook een gesprek plaatsvinden met de trainer. Zo goed als alle kranten en voetbalsites gingen er van uit dat de dagen van Geeraerd als trainer van Roeselare geteld waren. Maandag 20 oktober was de laatste werkdag van de Oost-Vlaamse coach, daar was iedereen van overtuigd. Een mooi voorbeeld hiervan: maandagavond deed ik naar wekelijkse gewoonte mee aan een café-quiz in Gent en één van de 'actualiteitsvragen' was: "Hoe heet de trainer van Roeselare die intussen zo goed als zeker ontslagen is?"
Maar de media zaten er dus naast. Die maandag, tijdens die quiz, heb ik heel wat over en weer ge-sms't om te weten hoe de situatie evolueerde. Zonder arrogant te willen overkomen kan ik stellen dat ik een 'rechtstreekse bron' heb binnen het bestuur van de club. Op het moment dat die bewuste quizvraag gesteld werd, en het persbericht nog niet vertrokken was, wist ik al dat het Roeselaarse bestuur, tegen alle verwachtingen in, Dirk Geeraerd nog niet ontslagen had.
Nuance of een sterke kop?
De messen bleven echter geslepen. Het bestuur had immers beslist dat Geeraerd na iedere wedstrijd zou geëvalueerd worden. In de redenering dat de thuiswedstrijd tegen Zulte-Waregem wel eens de laatste zou kunnen zijn met Geeraerd aan het roer, stuurde de VRT een extra cameraploeg naar Schiervelde. De opdracht was heel simpel: volg de trainer voor, tijdens en na de wedstrijd. Een eer die normaal alleen weggelegd is voor 'toptrainers', genre Preud'homme en Matthijsen. Het resultaat kan u hier bekijken onder de ietwat dramatische titel: "De laatste uren als trainer."
De sportredactie van de VRT had dus juist gegokt, want Geeraerd werd gisteren uiteindelijk toch aan de kant geschoven. Al is er in principe geen sprake van 'ontslag'. De ex-trainer van Waasland heeft een contract in Roeselare tot 2010 en dat wordt niet verbroken. Het persbericht van de club stelt letterlijk dat "Dirk Geeraerd als hoofdtrainer op non-actief wordt gezet." Concreet betekent dit dus dat de voormalige sociaal assistent waarschijnlijk binnen de club actief blijft, maar dan in een andere functie.
Strikt genomen is Geeraerd dus niet 'ontslagen' door Roeselare, het contract blijft lopen. Het kan overkomen als 'mierenneukerij', maar ik vind het toch frappant dat die nuance bij heel wat media verloren ging. Sporza.be plaatste het volgende bericht op haar site, toen de beslissing net bekend gemaakt was:
Roeselare zet Geeraerd aan de deur
zo 26/10/08 - KSV Roeselare heeft vandaag zijn trainer Dirk Geeraerd ontslagen. De club kende een barslechte competitiestart: met twee punten uit negen wedstrijden staat het op de laatste plaats. Assistent-trainer Nico Vanderdonck neemt voorlopig over.
Ook de concurrentie van sport.be maakte dezelfde fout.
Uiteraard begrijp ik dat de kop: "Roeselare zet Geeraerd op non-actief" helemaal niet zo sterk is als de koppen uit de vorige twee berichtjes. En uiteraard is er maar een flinterdunne grens tussen 'op non actief plaatsen' en iemand ontslaan.
Maar toch vind ik het ergens niet kunnen dat je verkondigt dat iemand ontslagen is terwijl dat eigenlijk niet zo is. Idealiter moet je volgens mij streven naar een sterk verhaal, maar dan wel een correct verhaal.
Tot slot nog een voorbeeld waar de journalist, naar mijn bescheiden mening, het bericht wel goed aanpakt. Het Nieuwsblad van vandaag schrijft het volgende op de tweede pagina van het sportkatern:
Roeselare offert Dirk Geeraerd
Roeselare begint aan een moeizame zoektocht naar een nieuwe coach nadat Dirk Geeraerd gisteren door de club op non-actief is gezet.
De kop is sterk en beeldend, maar door de inleidende zin doet Het Nieuwsblad de waarheid zeker geen geweld. Al zal dat Dirk Geeraerd op dit moment waarschijnlijk een zorg wezen.
Labels: Dirk Geeraerd, KSV Roeselare, Roeselare, sport.be, sporza, voetbal
zaterdag 25 oktober 2008
Verblijd en jubel! Begin deze maand verscheen Tell Tale Signs, het 8ste deel uit The Bootleg Series van Bob Dylan. Het is een nieuwe verzameling van zogenaamde abanadoned treasures: losse opnames en songs die op een of andere manier de albums niet haalden. Wees gerust, u zal hier geen saaie bespreking lezen. Neen, ik wil het hebben over de hoogst aparte impact die het verschijnen van dergelijke bootlegs kan hebben op sommige sujetten.
Tell Tale Signs. Niet zomaar een plaat voor Dylanologen.
Fans van Bob Dylan ofte Robert Zimmerman, zijn immers een eigenaardig volkje. Niet alleen heeft hun gezamelijke idool al een hele resem toonaangevende albums bijeengeschreven, hij filmde daarnaast ook excentrieke documentaires als Don't Look Back (1967) en Eat The Document (1972), maakte kinderlijke tekeningen naar het voorbeeld van zijn muzikale peetvader Woody Guthrie, schreef nevelige Rimbaud-achtige dichtbundels als Tarantula (1971) en werkt momenteel aan het tweede deel van zijn vlijmscherpe literaire autobiografie Chronicles, Volume One (2004).
Bob Dylan is een artistieke duizendpoot en tegelijk één van die figuren die nog maar een melodische scheet hoeft te laten om de aandacht van een hongerige roedel muziekjournalisten te trekken.
Daar komt nog bij dat Bawb volstrekt onvatbaar is als mens en performer: in de jaren '60 was hij de voortrekker van een generatie jonge rebelse hemelbestormers, in de late jaren '70 werd hij zowaar een New Born Christian. Ooit was hij de messias van de Amerikaanse folkrevival, maar jaren later werd hij vervloekt en verguisd door folkhardliners omdat hij het miljaarde aangedurfd had ordinaire rock 'n roll te gaan spelen. Journalisten legde Dylan steevast in de luren met ironische, sarcastische en soms downright nonsensicale praat:
You don't necessarily have to write to be a poet. Some people work in gas stations and they're poets. I don't call myself a poet because I don't like the word. I'm a trapeze artist.(Norah Ephron and Susan Edmiston, 1965)
Bob Dylan. Trapeze artist.
Dit alles zorgt ervoor dat een zichzelf respecterende Dylanfan nooit echt helemaal verzadigd is. Elke song, video, tekst of foto kan een nieuw stukje zijn van de immer onvolledige puzzel die Dylan is. En dan slaat de microbe genadeloos toe: liefhebbers worden fans, fans worden dwepers en dwepers worden uiteindelijk onuitstaanbare fanatiekelingen die niets liever doen dan betweterige details bovenhalen en bezield discussiëren over welk album nu eigenlijk het beste is: Blonde on Blonde (1966) of Blood on the Tracks (1975)?
Ik reken mezelf graag bij deze groep van pedante wijsneuzen. Dylan is de onbetwiste koning der singer-songwriters. En het beste album is Blood on the Tracks, dat weet elk helder denkend mens met twee goed functionerende oren.
De beschreven aandoening kreeg dankzij een zekere A.J. Weberman (1945-) trouwens ook een naam: "dylanology". Volgens de mythe kreeg de heer Weberman op een zekere schooldag de volgende ingeving: "well fuck this shit man. Interpreting Dylan is a hundred times more interesting than going to school." En zo gebeurde het dat Weberman intensief de vuilniszakken van Bob Dylan begon te doorzoeken. Wat hij wilde leren van Bobs etensresten of een lege doos cracker jackers weet ik niet, maar Weberman werd zo wel een icoon voor latere dylanologen: "nooit genoeg, nooit tevreden, meer Dylan. ALTIJD MEER DYLAN."
Net als bij zo'n dylanoloog na enige tijd de begeerte begint te tanen, wordt er weer een nieuwe schijf vol vergeten pareltjes op de markt gegooid. De dylanoloog schrikt op. De dubbel CD is al weken voor de releasedatum gefundenes Fressen, maar toch wacht hij braaf en reikhalzend af. Als hij de CD's dan eindelijk gekocht heeft en ze in de stereo schuift, voelt hij zich als een stoepjunk die zich na dagen van cold turkey alsnog een flinke spuit in de aderen ploft. Downloaden zegt u? Doe normaal. Dylan downloadt men niet.
Om af te sluiten verwijs ik geïnteresseerden nog snel naar Tangled up in Blue, een lukrake song vanop het eerder vermeldde Blood on the Tracks. En mocht u het niet met me eens zijn, laat me dat dan vooral weten. Dan kunnen we ons, beiden tangled up in Bob, samen alweters wanen.
Labels: A.J. Weberman, Bob Dylan, Bootleg Series, dylanologie, Tell Tale Signs
zaterdag 18 oktober 2008
Het is een cliché als een huis: op het platteland valt geen nieuws te rapen, in de stad is het te doen. Ik weet niet hoe het elders zit, maar Diksmuide beantwoordt nagenoeg perfect aan dit beeld. De IJzerbedevaart, ja, daar komen de nationale media hun schelp nog voor uit. Maar verder? Geen nieuws is goed nieuws in de Boterstad, en voor journalisten is goed nieuws geen nieuws (volgt u nog?)
Tot vandaag. Wij kennen de lokale politie als vriendelijke koddebeiers die bezadigd hun patrouilles afmalen. U kunt zich dus wel voorstellen dat we aardig opkeken toen ze samen met hun federale collega's een blauwe gordel omheen de stad hadden gelegd. Op alle invalswegen werden automobilisten gecontroleerd, de één al wat grondiger dan de ander. Maar waarom toch?
Dankzij een combinatie van kleinstedelijke buzz en gerichte observatie liet het antwoord niet lang op zich wachten. Om kort te gaan: het onfrisse kaalkoppencollectief Blood & Honour organiseert vanavond een concert in de schaduw van de IJzertoren.
Naar goede gewoonte werd de precieze locatie van de bijeenkomst pas op het laatste moment bekendgemaakt. Dat het "ergens" in Vlaanderen zou zijn, stond vast. Liefhebbers die zich op een mobiel nummer meldden, kregen vervolgens te horen dat er verzameld zou worden aan het tankstation van Jabbeke langs de E40.
Ondertussen hadden de ordediensten uitgevist dat het in Diksmuide te doen was, meer bepaald in een feesttent op de camping van deelgemeente Sint-Jacobskapelle. Burgemeester Laridon (CD&V) was uiteraard not amused toen ze hoorde dat een bende skinheads haar stad had uitgekozen voor een avondje door en door fout plezier. 'Ik wil een krachtig signaal geven dat zulke groeperingen hier niet welkom zijn', klonk het in de pers, 'maar wettelijk gezien kunnen we er ons niet tegen verzetten'.
Ook de lokale bevolking was er, mede door al het machtsvertoon, niet echt gerust op. Mijn grootmoeder, om maar één ervaringsdeskundige te noemen, zag de Wehrmacht voor haar geestesoog al in ganzenpas voorbijmarcheren.
Het is nu even voor elf en, voorzover ik dat vanuit het centrum kan beoordelen, lijkt het B&H-concert rustig te verlopen. Nogal wiedes: ze kunnen bij ontstentenis van (anders)denkenden moeilijk elkaar beginnen aftuigen. Alhoewel, met dat volkje weet je natuurlijk nooit.
Vandaag moest ik meer dan eens terugdenken aan nazomerdagen in de jaren '80 en '90. Toen zorgden gelijkgestemde zielen steevast voor wat geïmproviseerde randanimatie bij de IJzerbedevaart. Niet zelden draaide dat uit op vernield cafémeubilair, versplinterde bierglazen en een enkele keer op een charge met het waterkanon.
Daar was vanavond wel niks van te merken, maar toch. Met al die flikken ging het adrenalinegehalte vanzelf de hoogte in. Wij zachtaardige polderbewoners zijn zo'n commotie niet gewend, en gehecht als we zijn aan onze vrijheid, voelden we ons door het politiecordon dan ook opgesloten in een bezette stad.
Nee, wat mij betreft hoeft dat B&H-gespuis niet meer terug te keren. Dan nog liever elke zaterdag een buslading zatte Engelsen, een hele oktober lang.
UPDATE: Blijkbaar zijn neonazi's echte nachtraven met trommelvliezen van gewapend beton, want omstreeks 1 uur ging het (op twee kilometer van mijn deur) opeens van boenkeboenke en nu en dan een eenstemmig "Sieg Heil". Kwestie van zeker niet op te vallen.
Tot vandaag. Wij kennen de lokale politie als vriendelijke koddebeiers die bezadigd hun patrouilles afmalen. U kunt zich dus wel voorstellen dat we aardig opkeken toen ze samen met hun federale collega's een blauwe gordel omheen de stad hadden gelegd. Op alle invalswegen werden automobilisten gecontroleerd, de één al wat grondiger dan de ander. Maar waarom toch?
Dankzij een combinatie van kleinstedelijke buzz en gerichte observatie liet het antwoord niet lang op zich wachten. Om kort te gaan: het onfrisse kaalkoppencollectief Blood & Honour organiseert vanavond een concert in de schaduw van de IJzertoren.
"Ik wil een krachtig signaal geven dat zulke groeperingen hier niet welkom zijn."
Naar goede gewoonte werd de precieze locatie van de bijeenkomst pas op het laatste moment bekendgemaakt. Dat het "ergens" in Vlaanderen zou zijn, stond vast. Liefhebbers die zich op een mobiel nummer meldden, kregen vervolgens te horen dat er verzameld zou worden aan het tankstation van Jabbeke langs de E40.
Ondertussen hadden de ordediensten uitgevist dat het in Diksmuide te doen was, meer bepaald in een feesttent op de camping van deelgemeente Sint-Jacobskapelle. Burgemeester Laridon (CD&V) was uiteraard not amused toen ze hoorde dat een bende skinheads haar stad had uitgekozen voor een avondje door en door fout plezier. 'Ik wil een krachtig signaal geven dat zulke groeperingen hier niet welkom zijn', klonk het in de pers, 'maar wettelijk gezien kunnen we er ons niet tegen verzetten'.
Ook de lokale bevolking was er, mede door al het machtsvertoon, niet echt gerust op. Mijn grootmoeder, om maar één ervaringsdeskundige te noemen, zag de Wehrmacht voor haar geestesoog al in ganzenpas voorbijmarcheren.
Het is nu even voor elf en, voorzover ik dat vanuit het centrum kan beoordelen, lijkt het B&H-concert rustig te verlopen. Nogal wiedes: ze kunnen bij ontstentenis van (anders)denkenden moeilijk elkaar beginnen aftuigen. Alhoewel, met dat volkje weet je natuurlijk nooit.
Vandaag moest ik meer dan eens terugdenken aan nazomerdagen in de jaren '80 en '90. Toen zorgden gelijkgestemde zielen steevast voor wat geïmproviseerde randanimatie bij de IJzerbedevaart. Niet zelden draaide dat uit op vernield cafémeubilair, versplinterde bierglazen en een enkele keer op een charge met het waterkanon.
Daar was vanavond wel niks van te merken, maar toch. Met al die flikken ging het adrenalinegehalte vanzelf de hoogte in. Wij zachtaardige polderbewoners zijn zo'n commotie niet gewend, en gehecht als we zijn aan onze vrijheid, voelden we ons door het politiecordon dan ook opgesloten in een bezette stad.
Nee, wat mij betreft hoeft dat B&H-gespuis niet meer terug te keren. Dan nog liever elke zaterdag een buslading zatte Engelsen, een hele oktober lang.
UPDATE: Blijkbaar zijn neonazi's echte nachtraven met trommelvliezen van gewapend beton, want omstreeks 1 uur ging het (op twee kilometer van mijn deur) opeens van boenkeboenke en nu en dan een eenstemmig "Sieg Heil". Kwestie van zeker niet op te vallen.
vrijdag 17 oktober 2008
Hoewel hij het waarschijnlijk niet beseft, heeft die sakkerse Jonas mij met zijn vorige post een pracht van een voorzet gegeven, die ik nu uiteraard Wesley Sonckgewijs ga binnenkoppen.
Zoals u kon lezen, speelt Dokter Zjivago zich af ten tijde van de Russische revolutie, die in 1917 ondermeer leidde tot het einde van de Eerste Wereldoorlog op het oostelijk front. Dat was in de jaren daarvoor het toneel geweest van bloedige gevechten tussen het leger van de tsaar enerzijds en Duitse en Oostenrijkse troepen anderzijds, met als inzet Polen en Galicië - niet te verwarren met de gelijknamige Spaanse provincie.
Klinkt allemaal heel ver van ons bed, zelfs voor een historicus. Ik was dan ook niet weinig verrast toen ik hoorde dat er Belgen hebben meegestreden aan de zijde van de Russen. In hun boek Reizigers door de Grote Oorlog (ISBN 978 90 5826 552 4) beschrijven August Thiry en Dirk Van Cleemput de onwaarschijnlijke lotgevallen van die vergeten soldaten, het korps Autos-Canons-Mitrailleuses (ACM). Uit dit werk destilleerden de auteurs een lezingenreeks, waarvan ik op 16 oktober dankzij Davidsfonds Diksmuide een try-out kon bijwonen.
Toen den Duits in augustus 1914 ons land binnenviel, kregen enkele patriottische autofreaks het idee om wat staalplaten aan hun Minerva te lassen en met die primitieve 'pantserwagens' de opmars van de vijand te stuiten. Zonder veel succes overigens, maar dat weerhield de kapitaalkrachtige baron de Caters er niet van, in Parijs de eerste Belgische pantserdivisie op te richten.
Vierhonderd onverschrokken avonturiers, waaronder de Luikse worstelkampioen Constant le Marin en de jonge Julien Lahaut, meldden zich in onbezet Frankrijk voor de keiharde opleiding. Eenmaal die achter de rug was het tankkorps - met modern materiaal - gevechtsklaar. Alleen: aan het westelijk front was de tijd van de grote offensieven voorbij. De Belgen hadden zich ingegraven achter de IJzer en ook bij de verdediging van de Ieperboog waren tanks nutteloos.
Omdat hij er zelf niets mee kon aanvangen, deed koning Albert I de ACM dan maar cadeau aan tsaar Nicolaas, die alle hulp kon gebruiken. Op 21 september 1915 vertrokken de Belgen vanuit Brest naar Archangelsk, van daaruit ging de reis over land naar Sint-Petersburg. Daar lummelden ze enkele maanden rond, maar toen riep de plicht: hun tanks werden ingezet aan het Galicische front, in het huidige Oekraïne.
Thiry en Van Cleemput spraken met aanstekelijk enthousiasme over hun passie en illustreerden hun exposé met een overvloed aan foto's en kaarten. Het onderwerp is - in Vlaanderen althans - zo goed als onbekend, en dat zij de ACM uit de vergetelheid hebben gehaald, verdient alle lof.
Het werd echter al snel duidelijk dat de lezing nog niet helemaal op punt stond, om het zacht uit te drukken. De auteurs hadden zich kennelijk voorgenomen om op twee uur tijd het hele boek te vertellen. Een al te ambitieus plan: de talrijke anekdotes waarmee ze hun betoog lardeerden, zorgden ervoor dat de Russische campagne, toch de kern van de zaak, pas na een klein uur ter sprake kwam.
Door die belabberde timing moest het tweede deel van de avond in sneltreinvaart worden afgehaspeld, zodat enkele razend interessante onderwerpen niet of nauwelijks belicht werden. De steun aan de bolsjewieken in de Russische burgeroorlog, de odyssee doorheen Siberië richting Vladivostok nadat Lenin het ACM had bedankt voor bewezen diensten, de hartelijke ontvangst in San Francisco en New York, de thuiskomst in mineur: zo traag als de avond op gang was gekomen, zo haastig holde hij naar zijn einde.
Omdat een verwittigd man er, in tegenstelling tot pakweg de Fortis-aandelen, twee waard is, hadden Thiry en Van Cleemput het publiek uitvoerig op het hart gedrukt dat het 'maar' een try-out was. Niettemin kreeg ik de mantra's "maar dat moet u maar eens in het boek nalezen" en "daar hebben we jammer genoeg geen tijd voor" vaker te horen dan me lief was.
Conclusie: mits flink wat oordeelkundig snoeiwerk valt van deze schat aan informatie wellicht een heel genietbare lezing te maken. De irrelevante details moeten eruit en de wisselwerking tussen beide sprekers kan nog vlotter, maar dankzij deze avond heb ik wel zin gekregen om Reizigers door de Grote Oorlog te lezen. Laat ons hopen dat de rest van geschiedenisminnend Vlaanderen spoedig volgt.
Labels: België, Davidsfonds, Rusland, Wereldoorlog I
Subscribe to:
Posts (Atom)